Op grond van dit alles, zou iedereen met een beetje gezond verstand kunnen concluderen:

  • ten eerste, dat kruiden wel degelijk een geneeskrachtige werking hebben (hoefde dit overigens nog na hun duizendjarig gebruik?)
  • ten tweede, dat als de zogenaamde alternatieve geneestherapiëen aan de deur aan het kloppen zijn voor wettelijke erkenning, de fytotherapie (de “groene therapie”, en modernere naam voor kruidengeneeskunde) als eerste in aanmerking zou komen, en dus buiten discussie zou staan.

Maar wat is nu het absurde officiele standpunt? Dat -begrijpe wie het kan begrijpen- kruiden niet werken , dat kruiden niet als geneesmiddel mogen verkocht worden, en dat wie de kruidengeneeskunde beoefent kan vervolgd worden voor het onwettig uitoefenen van geneeskunde. In de praktijk gebeurt dit laatste voornamelijk bij klacht over misbruik, maar àls de zaak voor het gerecht komt is élk (geneeskrachtig) gebruik van kruiden per definitie misbruik. Het lijkt me echter nogal evident dat als de geneeskracht van kruiden a priori niet erkend wordt, ze onmogelijk aanspraak kunnen maken om in aanmerking te komen voor een registratie als geneesmiddel. Alleen: wat was eerst, de kip of het ei? Het is zonder meer duidelijk dat men de zaken omkeert: men erkent de werking van kruiden niet OMDAT men het niet wil registreren als geneesmiddel. Waarom niet? Omdat de kruidengeneeskunde geen adelbrieven zou kunnen voorleggen, en geen bewijzen (??) van haar werking zou kunnen leveren? Duidelijk niet daarom dus, maar omdat men van overheidswege die “politiek” voert, ingegeven en halsstarrig verdedigd door een aantal belangengroepen die daartoe “redens” geven. Redeneringen die men dan maar volgt, om deze groepen niet op de tenen te trappen en zolang als dat mogelijk is, de moeilijke problematiek niet hoeven aan te pakken. De eerste “reden” wordt vertegenwoordigd door de allopathiese geneeskunde. Op zijn best heeft het te maken met de bescherming van het beroep van geneesheer. Een dokter heeft vele jaren moeten studeren en stage lopen, om zijn beroep te mogen en te kunnen uitoefenen. Als de eerste de beste oen dan zomaar kruiden zou kunnen voorschrijven en “voor doktertje spelen”, dan nijpt daar natuurlijk het schoentje. Ook wie kruiden voorschrijft, moet over bepaalde diagnosekwaliteiten en over een kennis van het menselijk lichaam beschikken. Wie die niét bezit, is slecht bezig. Maar dokters die wat “bijklungelen” met acupunctuur of kruidenpillen, zonder de andere visies op lichaam en genezing te kennen die daarbij horen, zijn ook slecht bezig.

Verder