De Hulst (ilex aquifolium)

Tijdens één van mijn kursussen kruiden, had een kursiste de hulst als plant uitgekozen die ze wou behandelen. Ze vatte de hulst samen als een: "je kunt er niet omheen!". Waarmee ze dan bedoelde: je kunt de hulst niet knuffelen zoals de andere bomen. Beter zou men de hulst omschrijven als: "je kunt er niet door-heen"; of nog: "je kunt hem (zelfs) niet aanraken". Want de hulst zijn bladeren zijn dermate met scherpe stekels voorzien, dat de zin ertoe onmiddellijk zou bekoeld zijn. Een "kontakt" met een hulst is zelden aangenaam; als ik in de tuin werk, en mij plots gestoken voel dóór mijn broek, is dit niet steevast de schuld van een wesp, maar heb ik mij te dicht bij de hulst ge-waagd.
Dat is natuurlijk nog geen reden om hem uit de tuin weg te doen. Wilde dieren steekt men in een dierentuin ook achter tralies, voor de veiligheid van de bezoekers. Welnu, hetzelfde moet men met een hulst doen in zijn tuin: hem op een plaats zetten, waar men niet zoveel komt en dus zo weinig mogelijk met hem in kontakt moet komen. Een hulst is schoon vanop afstand. Hetzelfde kan men voor hebben met sommige men-sen: leuk om naar te kijken, maar men leert ze liever niet beter kennen. Komen ze immers "dichterbij", dan worden ze direkt vervelend, en ervaart men hun "stekelig karakter".
Is de hulst daarom een "agressieve" boom? Het hangt af van wat men daaronder precies verstaat, of beter: van hoe men dat bekijkt. In het bestaan is het niet allemaal "rozengeur en mane-schijn"; zich handhaven in een vijandige omgeving of in moei-lijke omstandigheden , is vaak geen sinecure! Men moet zich dan "verweren", en letterlijk en figuurlijk "zijn mannetje staan". Zelfbehoud met als facet agressie, staan echter in de New-Age-filosofie niet hoog aangeschreven.

Vandaar dat ook Edward Bach zijn behandeling van de holly, de nadruk legt op "de goddelijke, allesomvattende Liefde" als tegenhanger van afgunst en nijd. Maar, tot spijt wie het benijdt en tot scha wie het ontkent, is agressie een essentiëel bestand-deel van het stoffelijk bestaan. Men kan dat agressieve dieren kwalijk nemen, maar doden om te kunnen eten en dus in leven te blijven, is noodzakelijk om te kunnen overleven. Eten, als vertering, is trouwens een puur afbrekend en agressief proces. En zijn plaats "in de meute" opeisen, en behouden, is als asser-tiviteit eveneens een "agressieve" bezigheid. En ook die beju-belde liefde, kent een sterk "agressieve"komponent: het jagen, het veroveren en het "in bezit nemen" zijn ladingen van de sexualiteit en de paar-vorming. Vóór men het over jaloezie heeft, moet men dus een beetje aan diepteonderzoek doen in de diepere bestaansgronden van het fenomeen. Ik ben geen Freudiaans psychoanalist en ga zeker geen filosofie op basis van agressie formuleren (het overbekende "homo homine lupus est"); maar ik vind wel dat men het bestaan en het mens-zijn een beetje realisties mag uitbeelden. Zoals het IS.
En dat is de realiteit: de species homo sapiens is niet alleen een successtory, maar is bezig de ganse planeet Gaia in beslag te nemen en kaal te vreten. Over een sterk staaltje van agressie en egoïsme gesproken! Agressie is dus "van deze wereld", en dient men derhalve de plaats toe te kennen waarop zij recht heeft: als een les in zelfbehoud. Welliswaar zoals een hulst in de tuin: niet te dicht bij zijn kern, maar op enige afstand. Maar te gebruiken zonder schuldgevoel wanneer zij noodzakelijk is; en wanneer ze nodig is, met volle overtuiging gebruiken zonder te menen in "negativiteit" te verzinken. En te verlaten, wanneer zij haar dienst en signaalfunktie bewezen heeft.

De hulst geeft dus zeker geen les in ongekonditioneerde Liefde, maar een les in survival: laat je niet doen; laat niet over jou lopen, en laat niet op je tenen staan! Zet integendeel je stekels uit, wanneer dat nodig is. De hulst vraagt respekt: wie dat niet doet, en meent straffeloos dwars door hem te kunnen lopen, zal aan de lijve ervaren wat hem dit kost!
En hoe is het gesteld met de geneeskrachtige toepassingen van de hulst? Niet veel zaaks eigenlijk; de waarde van de hulst is voornamelijk symbolies. Om daar een helder beeld van te krijgen, moeten we terug naar de tijd van onze voorouders, de Kelten, toen onze kontreien met uitgestrekte loofbossen bedekt waren. Waarom maakte de hulst toen zo'n grote indruk op onze voorouders, in die mate dat hij toen tot "heilig" werd verklaard? Welnu, wanneer de bomen in de herfst één voor één hun blade-ren verloren, bleef de hulst als één van de weinige (toenmalige) verbreidde inheemse heesters, al zijn bladeren behouden. Dat leek wel een vorm van magie: koude en seizoenen bleken geen vat en geen invloed op de hulst te hebben, want zijn bladeren bléven groen. De hulst leek wel onaantastbaar. De hulst is dus niet alleen onschendbaar, omdat hij stekelig is. Zijn ener-gie is erop gericht om zich te beschermen tegen mogelijke aanslagen uit de wereld. Met rust gelaten worden, komt er op neer "anderen", waarvan men de bedoelingen niet kent, op afstand te houden: dan kunnen zij geen kwaad berokkenen. Hij geeft duidelijk aan, tot waar een "buitenstaander" kan gaan in zijn aktie: tot DAAR, en niet verder! En wie niet horen wil, moet voelen! Als Steenbok-boom is de hulst misschien geen populaire of aardige, maar wel een oerdegelijke en duidelijke boom. En het is geen toeval, dat men precies rond Kerstmis, die de Steenbok-periode eigenlijk inluidt, zijn onverzettelijkheid naar zijn waarde weet te schatten.