De Kastanje (castanea sativa)

De kastanjelaar is een ietwat enigmatiese boom. Dat begint al met zijn naam: over welke kastanjeboom hebben we het als we over dé kastanje praten? Er is vooreerst de "wilde kastanje", die allesbehalve wild is, want vooral een park- en laanboom is. Dat is de paardekastanje, zo genoemd omdat hij alleen als voedsel voor de paarden kan dienen, en ongeschikt is voor kon-sumptie door de mens (maar wel als speelgoed voor de kinde-ren). En dan is er ook de "tamme kastanje" die alles behalve tam en mak is, maar een heuse woudboom is, doch die zo ge-noemd wordt omdat zijn vruchten eetbaar zijn. Nog zoiets: boom zowel als vruchten krijgen dezelfde naam. Als we het over "kastanjes" hebben, hebben we het dan over kastanjebomen of over kastanjevruchten?

Laat ons dus om aan deze verwarring een einde te maken, spre-ken over de paardekastanje en de echte kastanje. Dit artikel gaat over deze laatste. De kastanje is niet bijster geliefd, tenzij in deze periode van de herfst. Dat is eigenlijk het enige moment dat de mensen aandacht voor hem opbrengen: wanneer er let-terlijk en figuurlijk "iets te rapen valt". Voor de rest van het jaar laat men deze boom als oninteressant links liggen. Ten onrech-te, want in wezen is de kastanje juist een erg interessante boom; maar, zoals dit met Schorpioen- vertegenwoordigers het geval is, moet men hem eerst beter leren kennen. Men moet die moeite doen.

Waarom is de kastanje een Schorpioen-boom? Wel, vooreerst is er zijn ritmiek die de Schorpioen-energie volgt; getuige daarvan zijn bloei die zijn toppunt begin juli (het Schorpioen-dekanaat van Kreeft) kent, en zijn vruchten die NU rijp zijn.

Vervolgens is er zijn stekelig karakter die vooral in zijn bolsters tot uiting komt: de kastanje is " geen katje om zonder handschoenen aan te pakken". Die sterkte is ook terug te vin-den in de kwaliteiten van zijn hout: hard, duurzaam, en bestand tegen invloeden van buitenaf (de fameuze weers-omstandig-heden zoals vochtigheid bvb). En last but not least, is er de wel erg specifieke geur van zijn bloesems. Volledig terecht merkte een vriendin van mij op, dat kastanjebloesem naar sperma ruikt. En alles wat met de geslachtszone en -organen te maken heeft, valt astrologies -als u dit weet of niet weet- onder het Teken Schorpioen. Met een beetje verbeelding -mijn exkuzes voor de gewaagde beeldspraak-kunnen we in de kastanjebloe-sem allemaal penissen zien hangen. En het is ook geen toeval dat de voorstandsklier of prostraat ......kastanje-vormig is!
Essentieëel aan het wezen van Schorpioen, is de intensiteit waarmee de levens-gebeurtenissen ervaren worden. Dit verleent Schorpioen in negatieve zin niet alleen zijn dramatiek en tragiek (cf de dood bvb van wielrenner en Schorpioen Frank Vanden broecke); maar in positieve zin ook een regeneratie of wederopstanding-vermogen. Eerst stort zijn wereld in door een ramp: alles is kapot! Men staat aan de rand van een afgrond, of met de rug tegen de muur. Ondergedompeld in verdriet, is men alles kwijt, heeft niets nog zin. Zo'n existentriële krisis is een extreem (moeilijk) moment in zijn leven: al wie door de dood van een geliefde, door de breuk met zijn partner, na een zwaar ongeluk, bij een zware ziekte, aldus voor het grote , zwarte, lege gat van de dood komt te staan, maakt zo'n Schorpioen-moment mee. Het is daarbij "alles of niets" ttz dat men de krisis te boven komt, of erdoor onderuit gaat.

To be or not to be; that's the question!

Edward Bach heeft die onbarmhartige Schorpioen-sfeer rond de kastanjeboom goed aangevoeld, wanneer hij dit in verband bracht bracht met de gemoedsgesteltenis van innerlijke wanhoop en vertwijfeling: men is aan het eind van zijn latijn; de grens van zijn verwerkings-vermogen is bereikt, en alle hoop heeft hem verlaten. Men moet strijden om te over-leven, maar men weet niet hoe, en men voelt zich machteloos. Het enige wat men kan doen, is dóór de beproeving spartelen. De inzet is hoog: dat van zijn leven; alles of niets. Men sterft een spirituele dood, of men sterft daadwerkelijk. En in het eerste geval overleeft men wel de beproeving onder het motto "wat mij niet vernietigt, maakt mij sterker", maar ongehavend komt men niet uit die strijd. Niets zal daarna nog hetzelfde zijn: zijn ziel is "getekend" met een lid-teken door wat men heeft mee- en doorgemaakt.

Het maakt duidelijk waarom de Schorpioen-energie geen gezel-lige, doch een moeilijke energie is: ze stelt de mens spiritueel voor de levens-opdracht van als een fenix uit zijn eigen as te herrijzen. Of als een slang zijn oude huid of "oud ik" af te wer-pen, en met een "nieuw ik" te herbeginnen. Het befaamde transformatie-proces in de spirituele groei, wordt steeds vooraf gegaan door een vernietigingsproces. De tweespalt tussen afbraak en opbouw, zo kenschetsend voor de Scorpio-periode. De twee gezichten van de vrouw van Shiva: als Kali-de-verschrikkelijke, "the destroyer ", en als Parvati, de welwil-lende en scheppende.

Aan allen die door het rad van het leven in zo'n krisis-moment worden ondergedompeld: geef niet toe aan de wanhoop; weet dat de kentering eens zal komen, maar verlang niet dat iemand je pijn kan wegnemen. Gebruik je energie om deze beproeving te kunnen doorkomen. En ga eens aan een kastanjeboom zitten, niet om troost, maar om sterkte te krijgen. Want de kastanje weet wat dit allemaal inhoudt.