De Meidoorn (crataegus monogyna)

Rond de jaren 80 werd de meidoorn een zeer groot onrecht aangedaan: hij werd tot "arbustum non gratum" , tot kompleet ongewenste gast uitgeroepen, en overal ongenadig vervolgd en neergesabeld, enfin neergezaagd. In de streek waar ik toen woonde, was er een oude dijk die begroeid was met een lang, natuurlijk gegroeid priëel van meidoorn- en sleedoornstruiken, en waar het een echt genoegen was in het voorjaar een geurige wandeling te maken. Op een goede dag, was die echter ineens weg.
De aanleiding daartoe was het gevreesde perevuur, een bac-teriële besmetting, waar vooral perelaars gevoelig voor zijn. De naam laat daartoe geen twijfel bestaan: perevuur. Maar de naam is dan ook weer verwarrend in de mate dat hij niet uit-drukt dat ALLE vertegenwoordigers van de Roos-familie -waartoe peer en appel bijvoorbeeld behoren- met dat perevuur kunnen besmet worden: de hoge Cotoneastersoorten, Photinia (Stranvaesia), vuurdoorn, appel, sierappel, kweepeer, lijsterbes en meelbes kunnen allen ook worden aangetast. Ze mogen dan ook -in sommige gebieden- niet meer aangeplant worden ter bescherming(!) van de fruit- en boomteelt. Bij mijn weten werd de "vernietigingscampagne" van meidoorn niet uitgebreid tot bovenvernoemde soorten.

Deze meidoorn- (en in dezelfde élan ook sleedoorn-) inquisitie, was dus een nogal halfslachtige of arbitraire maatregel; een maat voor niets. Vooral , toen achteraf bleek, dat de primaire besmettingshaarden ....... oude perelaars bleken te zijn, van boomgaarden die onvoldoende verzorgd werden. Uit dat ver-haal blijkt andermaal hoe dom het is om snel iets of iemand tot "publieke vijand nummer 1" uit te roepen; het is meer een paniekerige reaktie om "het kwaad te bezweren".

De reden van dit alles is duidelijk: de andere soorten worden nogal eens als "sierstruik" of "sierboom" aangeplant in tuinen en parken, terwijl meidoorn (en ook sleedoorn) meer verwildert in het wijdse landschap. Ze hebben eeuwenlang hun diensten be-wezen in rurale gebieden, als afbakening van weiden, akkers en nederzettingen: met hun scherpe doornen hielden ze on-gewenste roofdieren en bezoekers op afstand. Om een beeld te krijgen, welk ondoordringbaar struweel een oude meidoornhaag maakt, hoef je maar naar de foto hierboven links te kijken.

In oude tijden was de meidoornbloesem ook de aankondiger dat de ECHTE lente begon: de op zich niet zo bijzondere struik wordt dan omhuld met een wit feesthabijt van duizenden bloempjes. De geur kan wel een beetje tegenvallen: soms, vooral ná het hoogtepunt van de bloei, ruikt de meidoornbloesem een beetje "vissig". En na die bloemenweelde, volgt nog een vruch-tenweelde: vanaf de nazomer hangen er duizenden knalrode meidoornbotteltjes aan de struik. De vogels lusten die graag: ze zijn rijk aan mineralen en vitaminen. Dat is ook de reden, waarom in "oude tijden" meidoornbottels ook op het menu van mensen stonden. Ze konden bovendien gemakkelijk bewaard worden, en de hardgeworden meidoornbotteltjes konden dan vermalen worden tot een soort meel, en vermengd worden met andere soorten in een beslag. De dag van vandaag denk ik niet dat er nog veel mensen bereid zijn om tussen de venijnige door-nen botteltjes te verzamelen; het bewijst hoe snel men vergeet dat er nauwelijks 100 jaar geleden nog vaak hongersnood in onze kontreien heerste. Ook de bloesem verzamelen is een ste-kelig karwei.

Niet alleen om letterlijke verdedigingsgordels te maken, werd de meidoorn sinds oudsher gebruikt, maar ook om voor figuur-lijke of energetiese afscherming te zorgen: als een soort "ma-giese verzegeling". Een meidoorntwijg aan de deur van een boe-renhoeve werd verondersteld heksen te verjagen, en in de zo-genaamde zwarte magie werd meidoornhout gebruikt als af-sluiting van een verwensings-of vervloekingsritueel. Goed, dat waren vormen van bijgeloof, maar die op iets essentieëels berustten: de meidoornenergie is een beschermende ener-gie.

Diezelfde eigenschap vinden we terug in zijn geneeskracht: pas in de 19e eeuw ontdekte men de gunstige werking van mei-doorn-extrakten op de hartfunktie en bloedsomloop. Meidoorn is goed voor het stimuleren van het hartmetabolisme en de coronaire bloedstroom; voor de behandeling van arrhyt-mie van het hart, en van een verhoogde bloeddruk. Omdat mei-doorn hierbij op verschillende fronten werkt, en voor verschil-lende kwalen in aanmerking kan komen, kan dit misschien de indruk doen ontstaan dat het een echt hartkruid is. Dit zou ech-ter een misvatting zijn: meidoorn mag dan wel geboekstaafd staan als een hartversterkend middel, maar in wezen stimu-leert meidoorn het hart niet rechtstreeks. Wel onrechtstreeks door de doorbloeding van de hartkransvaten te verhogen, en de algemene toestand van de bloedsomloop te verbeteren. Gebruik dus meidoornbloesemthee of meidoorn-extrakt, niet wanneer je een hartkwaal zélf hebt, maar wanneer met het ouder wor-den de doorbloeding van het hart minder wordt. Want mei-doorn is geen Leeuw- maar een Maagd-kruid: het brengt or-de op zaken; het kuist op.

Aldus kan men begrijpen hoe meidoorn daarnaast ook een kal-merend effekt op een overbelast hart heeft. Wanneer er spra-ke is van rusteloosheid met een beklemd gevoel in de borst en ademnood, een snel vermoeid raken bij lichamelijke inspanning, stress met allerlei symptomen van krampen, steken en ondui-delijke pijn in de borststreek, hartritmestoornissen en slaap-moeilijkheden, dan kan meidoorn soelaas bieden. Het zijn symp-tomen waaraan heel wat mensen in deze jachtige Westerse kul-tuur, zowel jong als oud, te lijden hebben. De "onrustwekkende" hartkloppingen en vermoeidheidssymptomen die hierbij optre-den, zijn niet zozeer terug te leiden tot het orgaan hart, dan wel tot de elektriciteitsvoorziening van het hart. En precies op dat zenuwstelsel rond en naar het hart, heeft meidoorn een re-gulerende en rustgevende werking. Daarom: wees dankbaar wanneer er een meidoorn in je omgeving staat, en maak van hem gebruik wanneer je hem nodig hebt.