|
Art 66
Bijvoet-Mugwort-Sagebrush
![]() ![]() ![]() ![]() Nu ga ik een kruid behandelen dat moeilijk is om te doorgronden, maar zeer gemakkelijk te vinden is. Het is een telg van de Artemisia-familie (Composie-ten), waarvan zijn broer, de Alsem, veel befaamder is. Want daar waar Alsem de ultieme survivor wil zijn die alles en iedereen kan weerstaan en verslaan, en daardoor een exceptioneel en uitgesproken karakter heeft, gooit zijn broer Bijvoet het over een totaal andere boeg: dat van de ONopvallendheid. En van de algemeenheid: Bijvoet komt werkelijk OVERAL voor (op ruigten, op braakland, in de berm, langs de weg, ja zelfs in de stad), en is één van de meest voorkomende "onkruiden". Eigenlijk is er ook NIETS speciaals aan hem: hij gelijkt weliswaar wat fysiek op zijn broer, maar is in alles een wat minder duplikaat. Hij ziet er minder fraai uit, want zijn groene kledij is een fletsere uitgave van het flitsend "zilver" habijt van Alsem; de bladeren van Bijvoet bezitten alleen aan de onderkant een dun, zilveren fluwelen laagje (zie foto hierboven). En zeg nu zelf: een plant die op stort, puinafval, op de straat, en op vergeten land zoals langs de spoorweg groeit, kan toch moeilijk adel-brieven voorleggen. Bijvoet is kortom heel "gewoontjes". De meesten zullen hem niet eens bij naam kennen: dingens.... Omdat Bijvoet overal voorkomt, en niet opvalt, is zijn soortnaam vulgaris = gewoon, gemeen. Het is een meerjarig kruid dat vanuit een overblijvende wortelstok in één seizoen geweldig uitgroeit tot manshoogte. De stengels ver-takken zich naarmate de plant groeit, en verhouten roodbruin, zodat de plant het uiterlijk krijgt van een struik. Bijvoet heeft een groot areaal over de hele wereld, en bevolkt hele steppegebieden. Van oorsprong IS Bijvoet ook een steppe-bewoner, en zijn successtory dankt hij aan het feit dat hij een kul-tuurvolger is, die gebruik maakt van ruderale gebieden die door de mens zijn verstoord voor zijn aktiviteiten: haven-, bouw- en industrieterreinen, spoorwegen,..... en daarna braak blijven liggen. In goed beheerde plantsoe-nen en op bemeste akkers zul je Bijvoet NIET zien opduiken. Een bijkomend probleem hierbij, is dat men hem talloze keren heeft verward met zijn broer, die zoveel interessanter en flamboyanter is. Lees in de litera-tuur wat men over zijn geneeskracht heeft geschreven, en het komt doorgaans neer op: ongeveer hetzelfde als zijn broer. Maar Bijvoet is een ANDER kruid! Door die verwarring heeft men trouwens vaak verkeerdelijk werkingen aan hem toegeschreven, die in realiteit voor zijn broer van toepassing waren. Ze delen samen een Leeuw/Zon-aard, want ook Bijvoet bloeit in het putje van de zomer. Die bloemen zijn eigenlijk ook ordinair; en moeilijk om waar te nemen trouwens die bloei, want de bloemen zijn ontieglijk klein. Het begint met een massa minuscule wittige bloemknopjes (zie hieronder), die geelbrui-nig worden als ze opengaan en de bloempjes verschijnen. Wanneer ze roest-bruin worden, is de bloei voorbij, maar men moet sowieso goed kijken en het liefst een vergrootglas gebruiken om zich daarvan te vergewissen. ![]() ![]() ![]() ![]() Het tweede aspekt dat derhalve in Bijvoet huist, heeft te maken met de Aar-de-energie. Als struik onder de grassen op braakland en steppen, is het een taaie plant die zich goed vastankert in de bodem met zijn vitaal wortelstelsel. Hij bezit die Maagd-eigenschappen die hem sedert oudsher medicinaal bruikbaar maken voor het overeenkomstig Maagd-orgaan, de darmen: bij indigestie, bij opgeblazen buik, bij vette vleesgerechten zodat die beter kun-nen verteerd worden, bij diarree, bij onwelriekende stoelgang, bij slechte adem door slechte spijsvertering, en bij darmparasieten. De naam "bijvoet" zou kunnen afstammen van het Germaanse bilboz (dat later bifouz werd) en "bij de spijzen" betekent. In de Acupunctuur wordt Bijvoet gebruikt als moxa: kleine kegeltjes van ge-droogd kruid worden op acupunctuurpunten van het lichaam verbrand om bepaalde funkties te de-blokkeren of te aktiveren. Dit dankt Bijvoet aan zijn Mercurius-energie (Mercurius is heerser van Maagd), wat hem in staat stelt om zowel bloed als Qi (energie) te verplaatsen in het lichaam alover die me-ridiaanlijnen. Inwendig werd Bijvoet gebruikt tegen zenuwachtigheid, kram-pen, slapeloosheid, epilepsie, sint-vitusdans (oude benaming voor chorea) en bij aandoeningen van het bewegingsstelsel zoals de gewrichten. De naam "bijvoet" zou misschien ook kunnen komen van de gewoonte van Romeinse soldaten om bijvoetbladeren in hun sandalen te leggen om minder snel ver-moeid te geraken tijdens het marcheren. Eigenlijk is dat een "roman legend", want in realiteit doet Bijvoet de huid samentrekken, waardoor blaren worden voorkomen en het transpireren van de voeten minder is. Vandaar ook de toe-passing van een voetbad met Bijvoet tegen zweetvoeten, en het gebruik van Bijvoet bij wonden. Een minder positieve werking aan zijn Mercurius-aard, manifesteert zich wanneer Bijvoet begint te bloeien: als windbestuiver vor-men de vele kleine bloempjes massaal pollen, waarvoor heel wat mensen al-lergies blijken te zijn. Tijdens zijn bloeitijd van augustus tot september is Bijvoet één van de belangrijkste veroorzakers van hooikoorts. Wijlen Joyce Hoen merkte op haar website over Geneeskrachige kruiden des-tijds gevat op dat "Een verschil is dat bijvoet vroeger gebruikt werd voor het maken van bier, een volksdrank, en dat absintalsem in het exclusievere absint zat, veel gebruikt door artiesten en dichters. Alsof Absintalsem meer Zon is (exclusiever), en Bijvoet meer Maan (meer van het volk)." Jammer dat haar site off-line werd gehaald na haar heengaan, en jammer dat ze dit inzicht niet verder heeft uitgewerkt, want het bevat de sleutel tot het vinden van de derde en laatste energie die in Bijvoet huist. Astrologies worden vaak de Planeet-krachten Venus vermeld vanuit de achtergrond van de toepassingen van Bij-voet voor "vrouwezaken", als Neptunus vanuit de achtergrond van Wicca-tradities, en het gebruik van Bijvoet als "hallucinogene plant" bij Keltiese en sjamanistiese volkeren. ![]() ![]() ![]() ![]() Back to basics: de plant zélf. Er is hoegenaamd NIETS elegants en vrouwelijks (=Venus) of mysterieus en slap (=Neptunus) aan de plant. Bovenal is Bijvoet een bruikbare plant: als toespijs, als geneeskruid, voor de bereiding van bier (vandaar zijn Engelse naam Mugwort: "mug"=beker), als moxa, als wierrook in rituelen (vandaar zijn Amerikaanse naam Sagebrush). De Kelten omgor-den zich ermee om te dansen tijdens het Zonnewendefeest (vandaar zijn bij-naam Zonnewendekruid; niet te verwarren met het echte Sint-Janskruid). In de Germaanse kultuur werd Bijvoet gezien als het kruid van de moedergodin (terug te vinden in de verhalen van Vrouw Holle en Moeder de Gans, en van-daar ook zijn bijnaam Ganzenkruid). De vele gedaantes, de vele namen, zijn terug te voeren tot de Maan, die met haar schijngestalten vele vormen kan aannemen. Moeder Aarde en Vrouwe Maan, ziedaar een zeer korte samenvat-ting van de Bijvoet-energie. Dat Bijvoet een vrouwenkruid is, heeft dus alles te maken met de Maancyclus van 28 dagen, waar de menstruatiecyclus van de vrouw is op afgestemd. Daardoor heeft Bijvoet een heilzame werking op de vrouwelijke konstitutie, op de menstruatie (in gang brengen), bij allerlei vrouwenkwalen. Het werd vroeger ook gebruikt bij zwangerschap (verkeerde ligging foetus), bevallingen, en ook abortus. De Mongolen die vroeger in hun steppen werden geteisterd door horden muggen, hadden gemerkt dat wolven ten tijde van muggeplagen bijvoetplanten vertrapten en zich erin wentelden om minder last van muggen te hebben. Muggen hebben een cyclus van 28 dagen geënt op de Maancyclus. Vandaar ook dat een neef van de Bijvoet in China -de Artemisia annua, Sweet Wormwood of Qing Hao- reeds duizenden jaren wordt gebruikt als extract tegen malaria. Bijvoet zelf wordt in het Chinees Ai Ye genoemd. Rest ons nog het laatste puzzelstukje te doen passen: in Europa legde men vroeger takjes Bijvoet onder het hoofdkussen om levendige dromen en geen nachtmerries te hebben, en om te beschermen tegen "spoken". Bij sommige Native American stammen wordt Bijvoet gebruikt bij voorspellende visioenen en spirituele genezingen. Als wierrook wordt het gebruikt om lichamen en ruimtes te bevrijden van kwalijke invloeden. De Maan is de godin van de nacht, en waakt als dusdanig over de slaap. Het dromen in beelden gedu-rende onze slaap, is anders dan het denken van het wakend bewustzijn over-dag. En de astrale reizen tijdens onze slaap, zijn anders dan onze uitstappen overdag. Het zich voortbewegen in de "droomwereld" of "de andere kant", komt door het samengaan van Mercurius met Maan. Bij begrafenissen werd Bijvoet als wierrook verbrand , en meegegeven in het graf, zodat de geest een vlotte overgang (lees: reis) naar het hiernamaals zou kunnen maken. Het kruid is dan ook in veel graven en grotten terug gevonden die tot ver in de tijd terug gaan (in Frankrijk van 10.000 tot 35.000; en in Irak tot 60.000 jaar). Omdat in Bijvoet zowel Zonne-kracht als Maan-kracht aanwezig zijn, is het een goed kruid om het verschil te kunnen ontwaren tussen "waar" en "fake", of tussen essentie en (bescherm)beeld. Of om de verschillende gestaltes of deelfrakties van de persoonlijkheid te plaatsen onder het leiding van het ho-gere ik of zelf. Bij de Californiese Bloesems (Uitbreiding van de Bachbloe-sems) staat de Sagebrush voor het loslaten van onechte beelden over zichzelf door eerlijk te zijn naar zijn hoger zelf, vooral wanneer men in zijn leven een een verandering of "groei" meemaakt. Of hoe spiritualiteit niet steeds hoog-dravend of Neptuniaans van aard moet zijn: deze spiritualiteit is van Aardse en pragmatiese orde. ![]() ![]() ![]() ![]() Als ANALOOG KRUID past Bijvoet dus bij het mensentype dat vindt dat iedereen moet werken, en dat niemand privileges of een speciale voorkeurs-behandeling verdient op basis van zijn geboorte, afkomst, sociale klasse, ..... Iedereen moet zijn aandeel leveren, en niemand moet zich "te goed" voelen om de handen uit de mouwen te steken en door te arbeiden in het zweet te komen. Stapsgewijs maakt men vorderingen in het leven, door naarstig te werken vanuit een basis die men heeft gelegd, en waarop men verder bouwt door de bijdragen die men levert, dag na dag, maand na maand, jaar na jaar. Niemand krijgt een fortuin zomaar in de schoot geworpen, maar iedereen is ooit vertrokken van een bescheiden startkapitaal. "Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd", drukt uit dat men ervoor zorg moet dragen dat de reke-ning steeds klopt, of het nu om schijnbaar kleine, of om grote bedragen gaat. Het is de manier om tevreden te kunnen zijn met wat men heeft, en niet bui-ten zijn schoenen te lopen. We leven in een tijd waarin werk of een stiel is ont-geestelijkt geworden: men werkt voor geld, en al wat men daarvoor kan "kopen". En in ruil daar-voor laat men zichzelf "van alles aandoen" dat tegen het zelfrespekt ingaat. Hoe mooi is het niet van een ambacht uit te oefenen, waartoe men een heel trajekt van opleiding heeft moeten volgen om het tot een meesterschap te brengen, en waar men zijn hele expertise en persoonlijkheid kan in uitdruk-ken? Bijvoet is dan weer het COMPLEMENTAIR KRUID voor het mens-type, voor wie keihard werken desondanks geen zoden aan de dijk brengt. Wat men ook probeert, niets schijnt soelaas te bieden, om UIT de penarie te geraken. Wat men ook doet, men blijft met een deficiet zitten, of met een probleem dat maar niet opgelost schijnt te kunnen worden. Soms probeert men een put te dempen door geld te lenen, maar het enige wat men doet, is de schuld verleggen. Soms waagt men een zware gok, maar het enige wat dit op-levert is een verdubbeling van de schulden. Men heeft als het ware een gat in de hand waardoor vergaard geld en bezittingen schijnen weg te lopen. Men konsolideert niet wat men heeft geraliseerd, van projekten tot relaties, waar-door alles na een tijd begint te ont-binden, uit elkaar te vallen. Wat zo iemand chronies mist, is het eenheidsbeginsel dat hem stuurt in zijn daden op zijn levenspad, en dat alle afzonderlijke gedragingen en akti-viteiten met elkaar verbindt. Men wijst altijd iets of iemand BUITEN zichzelf aan als de verantwoordelijke voor wat verkeerd loopt, maar in realiteit is men datzelf door keer op keer dezelfde fouten te maken, of dezelfde verkeerde keu-zes te maken. Men heeft schrik, om op zichzelf terug te vallen. En hoe meer men dat niet doet, hoe onzekerder men over zichzelf wordt. Men blijft gevan-gen in een vicieuze cirkel, zonder dat er een doorbraak in het vooruitzicht is. Als men dezelfde problemen op dezelfde maniet blijft aanpakken, KAN er ook geen kentering komen. Pak het ANDERS aan, en luister beter naar jezelf. |