Art 56
Pulsatilla-Wildemanskruid

En nu eens een heel ander kruidenverhaal: dat van een plant wiens genees-kracht totaal onbekend bleef tot de 18e eeuw. Er is hier in Europa helemaal niets terug te vinden over het medicinaal gebruik van Pulsatilla in de Oudheid en de Middeleeuwen. Daar zijn een aantal redens voor. Ten eerste is het een zeldzame verschijning, heel zeker in de Lage Landen, want het is een plant van de hoogplateau's: men vindt Pulsatilla alleen waar hij thuis hoort, in de bergen, en op kalkrijke, rotsachtige en zonnige weiden. In de Alpen bijvoor-beeld, maar niet alleen in Europa, maar ook in Azië en Noord-Amerika.

Thans kan men de plant wel als sierplant in tuincentra aankopen, als lid van de zogenaamde Alpine-soorten voor in een rotstuin met droge, goed gedrai -neerde bodem die naar het Zuiden is geöriënteerd.
De tweede reden die het gebrek aan onderzoek naar zijn geneeskracht ver-klaart: deze plant is net zoals een aantal andere vertegenwoordigers van de Ranonkel-familie sterk giftig: het verwekt uitwendig huidirritaties, en inwen -dig maag-darmstoornissen, tot convulvies en verlammingen toe. Uiteraard is dat een verdedingsmechanisme van de plant tegen vraat: dieren laten het dus links liggen. En mensen mijden het liever, ondanks zijn evidente schoonheid. De plant zelf stelt niet veel omdat ze laag bij de grond blijft en de bladeren sterk ingesneden zijn; maar de 6-tallige klokvormige bloemen zijn spektacu-lair in lila tot diepwijnrode kleuren en met felgele meeldraden. Er zijn ook cultivars met witte en roze bloemen gekweekt.De hele plant is van onderen tot boven bedekt met donzige haartjes. Met dit "jasje" van bont beschermt de plant zich tegen temperatuurschommelingen, zoals die in bergstreken kun-nen optreden. Heel zeker in het voorjaar, wanneer de plant bloeit; dit levert niet alleen mooie foto's op, maar ook de Engelse bijnaam "Pasque flower".

De Latijnse naam pulsatilla dankt de plant aan de stengels die na de bloei nog wat blijven doorgroeien en op het eind pluizige vruchthoofdjes vormen die in de wind wuiven: pulsare=pulseren, heen en weer schudden. De naam anemoon komt trouwens van het Griekse "anemos", wat ook alweer "wind" betekent. Het is de wind die de gepluimde vruchten één voor één loswaait, en voor de verspreiding zorgt. De Nederlandse naam wildemanskruid dankt de plant eveneens aan de vruchtpluizen die eruit zien als warrige, wilde haar -dossen die in de wind wapperen.

De Blackfeet uit Noord-Amerika gebruikten het kruid om abortussen te ver-oorzaken bij ongewenste zwangerschappen, en om bij gewenste zwanger-schappen die te lang aanbleven het kind te helpen geboren worden. Pulsatilla werkt dus duidelijk op de baarmoeder, wat ASTROLOGIES over-eenstemt met de Schorpioen-Pluto-energie. Dit is achteraf bevestigd ge-worden door de homeopathie waar Pulsatilla o.m. gebruikt wordt bij uit-blijvende en onregelmatige menstruatie. In de Chinese kruidengenees-kunde wordt het kruid als "bai tou weng" (=grijze kop vent) ook gebruikt bij bloedende aambeien, vaginale witte vloed, het herstel van het urogenitaal systeem en het regelen van de urine bij beide geslachten. Dit wordt eveneens door de homeopathie bevestigt, waar Pulsatilla D6 wordt gebruikt bij kinde-ren die last hebben van bedplassen.

Het is Samuel Hahnemann, grondlegger van de homeopathie, die in de 18e eeuw het pulsatilla-type voor het eerst heeft beschreven. Het sleutelbegrip is: plots opkomende paniek. Een angstaanval maakt zich plots meester van de persoon, waarbij het ademen moeilijk wordt, en de hartslag sneller wordt. Dit is eigen aan die Schorpioen-energie: de deur van het onderbe-wustzijn gaat open, en overspoelt hem volledig. Angst is de "taal" van de levenspool en de onderbuik. Maar er is méér aan de hand: Pulsatilla wordt ook gebruikt bij verkoudheid, bronchitis, verslijming van de luchtwegen, ast-matiese hoest en hyperventilatie. En vooral: bij belaagde zenuwen door stress en bij burned-out, wat nogal eens gepaard gaat met slapeloosheid. Dit korrespondeert dan weer met het Element Lucht. Meer specifiek Water-man, wanneer blijkt dat het aftreksel wordt gebruikt om spataderen mee te behandelen.

Nog een aantal andere faktoren wijzen eveneens in die richting, met name het plots opkomende karakter van de aanval: totaal onverwachts, als een blik-semschicht bij heldere hemel. En het ritme-verstorende effekt ervan, een typies Waterman-Uranus-kenmerk. Als een plots opkomende kramp. Daar-om wordt Pulsatilla ook gebruikt bij ingewandskrampen. Als ANALOOG KRUID past het dus bij het gepassioneerde mensentype, dat alles met volle overgave doet. Hierdoor oefent de persoon een soort roofbouw op het eigen lichaam en energie, die beginnen te "sputteren". Op momenten is "het op": de energie is leeg, en de persoon leeft op de toppen van zijn zenuwen. Eenmaal zover, kan de persoon om het miste of geringste tranen in de ogen krijgen, en schiet hij vol. Deze zenuwinzinking kan lichamelijk gepaard gaan met aanvallen van nerveuze hoofdpijn, en psychies met aanvallen van angst. De algemene staat kan als "emotioneel geagiteerd" tot depressief omschreven worden.

Als COMPLEMENTAIR KRUID past Pulsatilla bij het mensen- type dat zich zwak en kwetsbaar in de wereld voelt. Zijn vitaliteit en weer-stand zijn hierdoor aangetast, wat zich kan manifesteren als een tekort aan bloedstroming in de "extremiteiten": koude handen en voeten, ontstoken en plakkerige ogen, groenachtig snot in neus, oorontsteking. Ook wordt het voedsel onvoldoende verteerd door een verzwakte maag; en het gestel wordt verzwakt door diaree tot dysenterie. Pulsatilla kan helpen door zijn samen-trekkende, bloeddoorstromingbevorderende, verwarmende, antibacteriële, antiseptiese en antispasmotiese werking. Te bewijze hiervan: bij vergiftiging van Pulsatilla kan iemand juist maag- en darmontsteking oplopen.