|
Art 60
Slaapbol-Papaver
![]() ![]() ![]() ![]() Alhoewel de Papaver of Slaapbol mooie lila-paarse tot roodpurperen bloemen heeft, is het bij deze plant niet om de bloemen te doen. Niet alleen omdat die net zoals bij haar nichtje de Klaproos een zeer efemeer bestaan van slechts en-kele uren kennen, en dus niet als snijbloemen in een vaas kunnen gehouden worden. Als de kelkbaden afvallen, blijft er alleen die zaaddoos over, zo type-rend voor alle Papaver-achtigen. En om die zaaddozen is het te doen bij de Slaapbol. Ze zijn rond en dik, en kunnen heel veel zaadjes bevatten: die zaadjes -maan-zaad genoemd- worden gebruikt om allerlei broden, gebak en koekjes mee te versieren. Dat is een kompleet onschuldig gebruik van Papaver. Maar zoals de kwalijke bijnaam van de plant doet vermoeden, worden die zaaddozen ook voor de produktie van een alles behalve onschuldig produkt gebruikt: opium. Daartoe worden de papaver-bollen met een mes ingekerfd, waardoor een wit melksap vrijkomt dat aan de lucht bloot gesteld snel bruin wordt. Het woord "papaver" blijkt te zijn afgeleid van "pap"= het melkachtig sap. Wanneer dit opgedroogd is tot een harsachtige substantie, wordt het geoogst, verder uitge-droogd in de zon, en verwerkt tot bollen of "broden" ruwe opium gekneed. Ook het woord "opium" is afgeleid van het Griekse "opos"= melksap. Het hele proces is een arbeidsintensief werkje, maar boeren in heel arme gebieden zo-als Afghanistan, Colombia en de Gouden Triangel (tussen Laos, Myanmar en Thailand) kunnen er meer mee verdienen dan met het telen van landbouwge-wassen. Aanvankelijk groeide de plant op akkers, ruderale terreinen en wegbermen in Centraal-Europa en het Midden-Oosten, want zij heeft warmte nodig om te ontkiemen. Als eenjarige plant is ze thans verwilderd in heel Europa, groeit ze uit wanneer de bodem is opgewarmd, om te bloeien in de zomer. Men kan de plant herkennen aan de blauw-groene bladeren, aan de vorm en de kleur van de bloemen, en natuurlijk de bolvormige zaaddozen. De Latijnse soort-naam "somniferum" verwijst net zoals de Nederlandse naam Slaapbol, naar de slaapverwekkende werking van de plant, die sedert oudsher bekend was. Een aftreksel van de onrijpe zaaddozen werd daarbij met honing gezoet, en aan de fopspeen gesmeerd om babies "zoet" te houden. ![]() ![]() Al eeuwenlang gebruiken de mensen die opium als pijnstiller en als verdo-vend middel. Alhoewel het als een goed middel tegen chroniese diarree en dysenterie (bloederige ontlasting) bekend stond, evenals tegen chronies hoes-ten, heeft ruwe opium een nogal onaangename reuk, en een hete, scherpe smaak, waardoor inname nogal moeilijk was. Toch was opium in de Oudheid een belangrijk bestanddeel van soms uit 70 werkzame stoffen samengestelde tegen-giften, om zich tegen mogelijke vergiftigingen te beschermen (allicht bedoeld voor vorsten en hoogwaardigheidsbekleders met veel vijanden). Een eerste verandering gebeurde door de Zwitserse arts en alchemist Paracel-cus in de 17e eeuw, die een oplossing van opium in alcohol maakte: lauda-num of "opium-tinctuur" ter bestrijding van pijn. Hij ontdekte dat de alka-loïden in opium veel beter oplosbaar waren in alcohol dan in water. In het begin van de 19e eeuw isoleerde de apotheker Sertürner de' slaapverwekken-de stof morfine, die hij noemde naar Morpheus, de god van de slaap. De werkingen van opium en morfine "dekken" elkaar niet, omdat morfine slechts één van de meer dan 25 alkaloïden van opium is, alhoewel beide als pijnstillend en kalmerend middel worden gebruikt. Naast morfine (10%), zijn ook nog narcotine (5%), papaverine (1%), codeïne (0,5%) en heroïne in opium aanwezig. Papaverine wordt gebruikt om de bloedcirculatie te bevorderen; co-deïne wordt in preperaten tegen het hoesten verwerkt (krampstillend); en he-roïne is de meest gevaarlijke drug van allemaal. Allemaal zijn ze verslavend, ttz dat er een gewenning optreedt en dat men de dosis moet opdrijven om het -zelfde (pijn)verdovend of hetzelfde gevoel van welbehagen (roes) te krijgen. Tegelijk met de verslaving tredt ook een chroniese vergiftiging op, die van de verslaafden levende wrakken maakt. ![]() ![]() ![]() ![]() We zijn dus met Slaapbol in een bizar en gevaarlijk verhaal belandt: dat van de pijn dat het leven meebrengt proberen te verdoven, maar wat een zware prijs vraagt. Wanneer vissers al eens maanzaad uitstrooien om de vissen te verdoven, blijft dit zonder konsekwenties. In de Griekse mythologie wordt Hypnos, de Slaap voorgesteld als een naakte en gevleugelde jongeman met een hoorn en een papaverstengel. Dat is pittigere voorstelling dan Klaas Vaak, maar de essentie is dezelfde: hij strooit maanzaadjes over mensen en dieren uit, die daardoor in slaap vallen. Dat "vallen" drukt uit waar het hem wezen -lijk om gaat: iets waar de wil geen kontrole over heeft. Hypnos is niet alleen, want hij woont in de Onderwereld samen met Oneiros, de Droom en Thana-tos, de Dood. Wanneer we in slaap vallen, stappen we dus de geheimzinnige en onzichtbare wereld van de dromen en van het onderbewustzijn/schaduw binnen. Een we-reld waarin de dingen NIET zijn, zoals ze lijken te zijn: een schimmige wereld van bedrog, luchtkastelen, fata morgana's en valse dromen. In slaap vallen is een beetje als sterven: we verliezen het bewustzijn, en komen binnen in de an-dere wereld naast/na de dood. Alleen: wie deze wereld binnengaat om de wa-re wereld te ontvluchten, om het bewustzijn te verliezen en zijn problemen en de last van het bestaan te ontlopen, die kiest voor de valstrik van het (zelf)be-drog. ASTROLOGIES kunnen we hierin op en top de Neptunus-Vissen -signatuur in herkennen. Vis zoekt de weg van het gemak: zich aan dagdro-men overgeven en zijn wensen in zijn fantasie beleven, om niet de zware in-spanningen te moeten opbrengen om die in de werkelijkheid te realizeren. Bijgevolg korrespondeert Slaapbol als ANALOOG KRUID met het mensentype dat al slapende rijk wil worden, en steeds de weg van de minste weerstand zoekt. Maar dit zijn kommunikerende vaten: wie zichzelf zacht aan -pakt en liever lui dan moe is, zal zich ook gemakkelijker in slaap laten sussen door valse beloftes. Wie in de waan verkeert dat er in alles short-cuts van de minste inspanning bestaan, zal zich gemakkelijker laten verleiden door mooie, maar bedrieglijke voorstellen. Zijn geest is versluierd door zijn grote verlangens. Als COMPLEMENTAIR KRUID past het daarentegen bij het mensentype dat realiteitszin als hoogste goed poneert, en verbeelding verket-tert. Ze behouden graag de volledige kontrole over de gang van zaken. Maar het leven verloopt niet volgens een voorgeprogrammeerd scenario. Dus zij hebben die dosis verwondering en verrassing nodig die de chaotiese willekeur van de Levensstroom aanbrengt. Woe wei! ![]() ![]() ![]() ![]() |