|
Sporkehout-Wegedoorn-Vuilboom-Buckthorn
![]() ![]() Er zijn van de Wegedoorn-familie twee vertegenwoordigers die in Europa vrij algemeen voorkomen en onder de vorm van struiken of kleine bomen in kreupelhout, op braakland, langs wegen, langs waterlopen, in moerassen, tot in duinen en heides kunnen voorkomen tot op 1000m hoogte. Aan de ene kant -hier in de LINKERkolom- heeft men het Sporkehout of de Vuil-boom: hij heeft takken die gemakkelijk kunnen afbreken -van-daar zijn Latijnse naam Frangula; afgeleid van frangere=bre-ken- en heeft eivormige bladeren die aan die van de Els doen denken - vandaar zijn soortnaam alnus die naar deze uiterlijke gelijkenis verwijst. Hij wordt maximaal 6m hoog. In het Frans wordt hij Bourdaine genoemd; en in het Engels Little Buck-thorn. De naam Vuilboom verwijst naar het feit dat de schors een laxerende "vuilafdrijvende" werking heeft. Soms krijgt hij de overtreffende benaming van Stinkboom, omdat bij bewer-kingen aan schors of takken een tamelijk onaangename geur vrij komt, die lijkt op die van rotting en men er vuile handen van krijgt. Aan de andere kant -hier in de RECHTERkolom- heeft men de eigenlijke Wegedoorn, die van de Vuilboom kan onderschei-den worden omdat hij meestal groter wordt en de vorm van een (kleine) boom aanneemt die tot 8m hoog kan worden, en omdat de twijgen vaak eindigen in takdorens, waaraan hij zijn naam dankt. Ook zijn Latijnse naam verwijst hiernaar: Rhamnus is de algemene naam voor struiken en bomen die doornen dragen; en de soortnaam catharticus verwijst naar zijn gebruik als pur-gerend of darmreinigend middel. Wegedoorn komt bijna overal in Europa voor, behalve in het Noorden van Scandinavië waar het te koud voor hem wordt. Zijn bladeren zijn ovaal en iets meer toegespitst. In het Engels wordt hij de Common Buck-thorn genoemd. Voor de rest bestaan er tussen Vuilboom en Wegedoorn natuur-lijk meer gelijkenissen en overeenkomsten: ze bloeien allebei met kleine, onopvallende witte bloempjes, die bij bevruchting door bijen en hommels uitgroeien tot kogelronde rode besjes, die bij rijping zwart-blauwig kleuren. Dit begint in mei/juni, en gaat zo de hele zomer door, zodat men aan een struik of boom steeds verschillende fazen van kleur of rijping van bessen aan-treft. De onopvallendheid van beide boompjes, heeft ervoor gezorgd dat ze in de Oudheid letterlijk over het hoofd werden gezien: ze werden pas in de literatuur vermeld in de 14e eeuw, en het duurde nog eens 2 volle eeuwen vooralleer over hun ge-neeskrachtige werking wordt gewag gemaakt. Zoals dat vaak het geval is, ging de slinger dan de andere kant uit: in de 17-18-de eeuw wordt de Vuilboom opgehemeld tot "rhabarbarum ple-bejorum" (de rabarber van het volk) als een goedkoop laxeer-middel. Vuilboom en wegedoorn zijn éénvan de weinige waardplanten waar de citoenvlinder haar eitjes op afzet; de rupsenvan de ci-troenvlinder eten hun bladeren en ontpoppen zich later tot vlinders. Deze bomen houden van gezelschap, niet alleen van soortgenoten want niet zelden maken ze kleine struweeltjes van verschillende struiken bij elkaar, maar door hun dicht takken-stelsel zijn het bovendien uitstekende schuilplaatsen voor in-sekten en vogels. Vandaar niet alleen hun gebruik als haag-plant door de mens voor voldoende afscherming van zijn pri-vacy, maar ook als nestplaats voor vogels. Als men zich afvraagt wat de energetiese identiteit van deze bo-men is, kan men in het vet in de alinea hierboven alvast een aantal Kreeft-principes of -trefwoorden vinden. Er is meer te vinden, maar daarvoor moet men dieper in het verhaal van hun geneeskrachtige toepassingen duiken. Hun schors heeft zoals reeds vermeld een (zacht) laxerende werking. Maar: schors en ook de bessen zijn (licht) giftig, zodanig dat wanneer men bes-sen eet of verse schors gebruikt, men het omgekeerde effekt veroorzaakt: men wekt er een kots- of braakneiging mee op, en een diarree. men moet de schors dus ten minste één, en het liefst zelfs 2 jaar laten drogen en rusten, om de braakverwer-kende stof erin te laten afbreken. Dit toont aan dat men niet bang moet zijn voor eventuele giftigheid, maar dat men kennis van zaken moet hebben: angst is geen alternatief voor inzicht. ![]() ![]() Terug tot de kern van het verhaal: het al dan niet accepteren van voedsel gebeurt niet louter in de mond door het al dan niet opeten en al de zintuigen die daarbij betrokken zijn, maar ook in het voorportaal van het spijsverteringsstelsel: de maag. Kreeft is een Water- of Gevoels-Teken, dwz dat de algemene gemoedsinstelling even belangrijk is bij het zin hebben om te eten, dan dat het domweg een automatiese respons op en een vervulling van het hongergevoel zou zijn. Wie zich verdrietig voelt of zich niet goed in zijn vel voelt, heeft geen "trek" in eten, geen eetlust. Iets waaraan men om de één of andere reden een hekel of een aversie voor heeft, zal doen kokhalzen. De maag -of beter: de vierde chakra- weigert deze "stof" of deze erva-ring OP TE NEMEN, maar verwerpt ze terug "naar buiten". De vierde chakra staat vooral bekend als de zogenaamde hart-chakra, maar ook de maag bevindt zich in deze zone: het ver-mogen om liefde en genegenheid te geven en te ontvangen, maar ook de nood aan geborgenheid en veiligheid om dat te kunnen. Zelfvertrouwen is een tweesnijdend zwaard: het geeft de moed om zich te durven uiten en tonen zoals men is, maar men heeft daarvoor een intimiteit nodig om dit te kunnen. De fameuze puber-acné toont de moeilijkheid om dat te leren: aan de ene kant voelt men zich onzeker, maar aan de andere kant hoeft men OMDAT men zich "lelijk" weet, het ook niet te pro-beren. Het assepoetster-syndroom of het lelijke-eendje-verhaal; de Wegedoorn en de Vuilboom stinken om met rust te wor-den gelaten. Wie AFstotelijk is, hoeft niet deel te nemen aan het spel avan AANtrekkelijkheid en bevalligheid. Het anorexia-verhaal en voedingsallergieën tonen dan weer aan hoe doodnormale aktiviteiten door een overmaat aan ge-voeligheid of emoties kunnen problematies worden: er kunnen blokkades optreden in het lichaam, in het emotie-lichaam, en in de gedachten. Het Vuilboom-preparaat -desnoods als tinc-tuur- is een probaat middel tegen chroniese verstopping door de darmtransit en de slijmproduktie in de dikke darm te stimu-leren, tegen waterzucht, arteriosclerose (aderverkalking) en reuma (homeopaties). Bovendien geeft de grote veranderlijk-heid in vorm van struik tot boom, het duidelijke signaal: het maakt echt niet uit HOE je eruit ziet. Je bent wie je bent. Daarom: als je je "lelijk" zou voelen, slecht in je vel zou voelen, of vind dat je onvoldoende geaccepteerd wordt voor wie je bent, ga eens zo'n lelijk en afstotelijk Vuilboompje opzoeken; en stort ertegen je hart uit. De Vuilboom zal dat niet alleen opnemen, maar ook begrijpen: gedeeld leed zet het begin van de loutering in gang. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |