Art
Wede (Isatis tinctorius)

De geschiedenis van Wede toont hoe het een kruid kan vergaan. In de Middel-eeuwen stonden in heel Europa velden ermee vol: het was een kostbaar ge-was, omdat men er de indigo-verfstof uit bereidde. Engeland leverde de wol, Vlaanderen en Nederland de weverijen, en Frankrijk en Duitsland kweek -ten de plant; samen gaf dat een bloeiende katoen-industrie en handel die de kontreien vanaf de 11e eeuw rijk maakten. De successtory van Wede kwam een haar einde, toen in de 16e eeuw zeilschepen de zeven wereldzeëen begon-nen af te varen en van overal nieuwe produkten meebrachten. Eén daarvan was het indigo-hout dat uit India werd geïmporteerd. Deze kleurstof was veel dieper blauw, kleurvaster en minder omslachtig om te maken.

Vooreerst is Wede een tweejarig gewas, zoals zovele cruciferen -de kruisbloem -familie- waarvan het een lid is: in het eerste jaar maakt het een bladrozet aan de grond van langwerpige bladeren. Pas het tweede jaar maakt de plant massa stengels met smalle blaadjes die tot ruim een meter de lucht inschieten. Voor-dat de energie teveel zou gaan naar de vorming van massa gele bloempjes, moet de Wede geoogst worden, nat worden gemaakt, en worden versnipperd. De brei die hieruit ontstaat, moet men een tijd laten fermenteren, om er geel-groene "bollen" uit te kneden: de cocagnes de pastel. In het Frans heet de plant immers Pastel des teinturiers. En omdat het zwaartepunt van de teelt van wede in Zuid-Frankrijk, in de streek rond Toulouse lag, werd dit ook het Pays de Cocagne genoemd. Zo'n bol werd dan gedroogd tot hij bruin-zwart werd, zodat hij kon bewaard en verhandeld worden.
Hiermee was het ingewikkeld proces nog niet te einde: als er dan ter plaatse textiel moest geverfd worden, werd zo'n cocagne eerst vermalen, en opgelost in water; dit leverde een gele kleurstof op, waarin de textiel werd geweekt. Deze ververij gebeurde in urinekuipen, omdat men urine gebruikte als fixeer-middel. Als laatste stap werd de textiel aan een draad opgehangen: door inwer -king van zuurstof uit de lucht, veranderde het geel in een onoplosbaar blauw indigo.

Gelukkig is de methode heden ten dage -ook al blijft ze ambachtelijk en labo-rieus- niet meer zo omslachtig, wordt ze ingekort, en gebruikt men een aange-namer fixeermiddel om ervoor te zorgen dat het indigo niet meer uit de textiel kan gespoeld worden. Maar het blijft de vraag: als dat hele proces een soort alchemie is (eerst fermentatie, dan fixatie, en tenslotte oxidatie), wat zegt dit dan (slechts) over de plant? Back to basics dus: Wede is oorspronkelijk afkom -stig van steppegebieden in Zuid-Europa en West-Azië. Vandaar zijn voorkeur voor droge, zonnige en ietwat stenige standplaatsen. Hierdoor kan hij ook voorkomen in duinen (als er kalk aanwezig is), en op de dijken van rivieren (alhoewel hij strikt gezien niet houdt van veel water); en op braakland, steen-puinhellingen, ruigten, rotsen en klippen. Hij is dus een taaie rakker, net zo-als zijn familieleden de Raket, de Radijs en het Herderstasje, waarmee hij trouwens fysieke gelijkenissen vertoont. Het bouwplan van Aarde-planten, aangepast aan droge en moeilijke groeiplaatsen.

De wetenschappelijke naam isatis is afgeleid van het Griekse isazo="ik maak glad". In de Oudheid werd Wede namelijk medicinaal toegepast voor het glad maken van de huid, dus gebruikt tegen huidziekten. En 1000 jaar eerder dan dat velden vol wedeplanten werden geteeld, getuigde Julius Caesar in de ver-slagen van zijn veroveringstochten doorheen Gallia -als we hem mogen gelo-ven- dat Britse krijgers hun gelaat blauw met wede verfden om zich hiermee een "angstaanjagend uiterlijk" te geven. Deze smurfen avant-la-lettre kregen meteen de naam Picten toebedeeld (Picti betekent "geverfden"), terwijl ze zichzelf Kelten noemden. Het betrof hierbij zowel voorlopige beschilderingen als blijvende tattoos: een praktijk die beruste op het verlenen van een spiri-tuele bescherming, alsook als de expressie van een culturele identiteit.

En dat Wede wel degelijk bescherming geeft, blijkt vooral uit zijn gebruik in de Traditionele Chinese Kruidengeneeskunde. Je zal versteld zijn wanneer je de lijst leest voor welke besmettingen Wede gebruikt wordt te verhinderen: verschillende soorten virussen waaronder Coronavirus, SARS-virus, griep, herpes, gordelroos, Lyme, mazelen, waterpokken, difterie, meningitis, wond-roos, koortsblaasjes, tot en met de ordinaire verkoudheden. Bovendien is het ook sterk ontstekingswerend bij alle soorten ontstekingen in het lichaam: van het hoornvlies in het oog, van het middenoor, van de sinus, van de tong, van de mond en de keel, van de spijsvertering, van de bronchiën en de longen, van de blaas, van de huid. Tot mijn verwondering trof ik op het Internet een artikel over Wede onder Kruiden voor Corona. Of hoe een oud verfkruid zich ontpopt als een modern geneeskruid.

Dit heeft niets met modetendenzen te maken, maar alles met de energie van een kruid. In de loop der tijden kan men een ander aspekt van een plant ont-dekken, en er een ander gebruik voor vinden. Nieuwe tijden geven nieuwe in-zichten, maar de de plant blijft dezelfde. En in het geval van wede is dat: Aar-de zorgt voor een sterke inkarnatiekracht. Een individu moet zich door zijn begrenzingen te stellen en te bewaken, opkomen voor zijn eigen bestaan. Op lichamelijk vlak gebeurt dit door door het weerstandsvermogen van het immuniteitssysteem: bacteriën, virussen en schimmels verhinderen het li-chaam binnen te dringen, en vooral binnen te blijven. Wede heeft als Aarde-kruid niet alleen een verkoelende (tov ontstekingen, koorts, uitslagen en irritaties), maar ook eleminerende werking van al "wat daar niet thuis hoort"; vandaar zijn werking als antioxidant, antiviraal, antibacteriëel en anti-ont-stekend kruid. De samentrekkende werking van de Aarde-energie kan ook helpen bij overdreven dorst, neusbloedingen en bloedspuwen.

Op analoge wijze gebeurt de afbakening van het energielichaam door de aura; al "wat niet thuis hoort bij de eigen energie" moet eveneens geëlemi-neerd worden. De indigo of 6de chakra heeft betrekking tot zich een con-cept van de realiteit te maken in het bewustzijn. Er zijn twee richtingen. Bij opname (impressie) gaat het om waarnemen, registreren en duiden van de buitenwereld; men leert uit zijn ervaringen, en vormt door denken zijn beeld van de werkelijkheid. Bij uitdrukking (expressie) gaat het om het weergeven van de visie die in zijn binnenwereld leeft door zijn gedachten, meningen, opinies, .... kenbaar te maken.

Om al die informatie en data in beweging te brengen, is er een andere energ -ie nodig: meer bepaald Tweelingen-Mercurius. Het is deze energie die al die alchemie-processen aktiveert en die kommunikatie-stroom kreëert tussen buiten- en binnenwereld. De bloei van Wede begint reeds in mei (Aarde-Te-ken Stier), maar zet zich door in juni (Tweelingen).

Bijgevolg past het als ANALOOG KRUID bij het mensentype dat erg gefixeerd is op zijn eigen (micro)wereld, zijn eigen werkzaamheden, zijn ei-gen gezin en familie, ..... onder het motto "mind your own business". Zijn per-ceptie is nogal beperkt tot wat hij "kent", zodat hij weing open staat voor ver-anderingen. Hij leeft in een soort bubbel. In de Coronatijd voelden zulke mensen zich zeer in hun sas. Maar hun nadeel is dat hun weerstand niet-ge-updated is door blootstelling aan nieuwe bacillen, en dus niet effektief kan reageren op nieuwe besmettingen.
Als COMPLEMENTAIR KRUID is Wede te gebruiken door het mensentype dat heel gedreven is om een bepaalde visie in de (macro)wereld te verspreiden: alle leraars, docenten, aanhangers van een bepaald belief of geloof, volgers van een bepaald -isme of doctrine. De toetsing met de realiteit blijft uit, zodat de perceptie vertekend is want onvoldoende door konfrontatie ermee gekorrigeerd wordt, zodat verkeerde concepten tégen de realiteit in kunnen worden in stand gehouden. Bijvoorbeeld bij anorexia: "ik ben te dik", terwijl men zijn uitgemergeld lichaam niet "kan"/wil zien.