Kaneel (Cinnamon verum-cassia)

Kaneel is een specerij dat afkomstig is van de Cinnamon-boom; een tropie-se soort die tot een kanjer van 10 meter hoog kan uitgroeien en als twee be-langrijkste vertegenwoordigers de Cinnamon verum -de echte Kaneel- kent die in Sri Lanka (het vroegere Ceylon) groeit, en de Cinnamon cassia -de Cas-sia- die in heel ZO-Azië voorkwam, en thans alleen in ZW-India en in Myan-mar nog in het wild voorkomt.

Voor één keer gaat het bij Kaneel niét om de bloesem of de vrcht, maar om de "schors": hierbij worden van de ongeveer 2 meter lange jonge scheuten (van anderhalf jaar) de bast in stukken los gemaakt, gesneden, en van de buitenste schorslaag ontdaan. De binnenste bast die overblijft, kleurt bij het drogen naar de typiese geel-bruine kleur en rolt zichzelf op tot "sigaretjes". De naam kaneel is afkomstig uit het Latijn , en verwijst daarnaar: "canella" betekent "stokje". In het Oosten wordt het cassia genaamd en is de variant donkerder en smaakt iets bitterder. In China wordt het kwai (Cantonees) of gui (Manda-rijn) genaamd. Reeds in 2800 voor Christus werd kaneel al genoemd in het kruidboek van de Chinese Keizer Shennung. Ook in het Midden-Oosten was het sinds oudsher bekend: in Egypte werd het gebruikt in parfums en bij het inbalsemen. En ook in de bijbel wordt kaneel vernoemd voor in reukoffers, reukwaters en zalving-olieën. De Oude Grieken gebruikten het om hun wijnen meer smaak te geven. Dat wijst erop dat het reeds vroeg als handelsprodukt werd omgeruild met de karavanen die vanuit het Oosten Westwaarts trokken. Maar de herkomst ervan werd geheim gehouden opdat handelaren hun mono -polie erover zouden bewaren. Die was aanvankelijk in handen van Venetiaan -se handelaren.

Met het zoeken van nieuwe scheepvaartroutes naar het Oosten in de 16de eeuw ging dat monopolie over in Portugese handen; daarna in Hollandse han-den. Die begonnen met hun zakelijk talent halfweg de 18de eeuw daar de eer-ste plantages aan te leggen; en toen de Engelsen op het einde van die eeuw Ceylon veroverden, verhuisden de Nederlanders plantages en handel van ka-neel naar Indonesië. Sedertdien is Indonesië de belangrijkste producent van kaneel in de wereld. De totale wereldproduktie bedraagt jaarlijks ongeveer 200 000 ton.

Kaneel wordt in de Westerse keuken meestal gebruikt als smaakmaker in zoete gerechten, zoals appelmoes en stoofperen, fruitcompotes, pruimenjam, en in vele soorten gebak zoals peperkoek, speculoos, taartjes, koekjes en pannekoeken. Het kombineert perfekt met warme vruchtbereidingen zoals appelstrüdel en wordt gebruikt om glü-wijn en winterthee te parfumeren. In de Oosterse keuken wordt kaneel -voor-namelijk de cassia- in allerhande vlees- en groentegerechten: zijn houtachti-ge, aardachtige en zoete smaak geeft een warme toets aan zoetzure stoverijen zoals Marokkaanse tajine, maar ook aan kerrieschotels en chillies. Daarvoor wordt kaneel fijngemalen tot een poeder, zodat het beter kan vermengd wor-den en sneller zijn smaak afgeeft.

Eigen aan zijn Stier-Venus-aard is kaneel een kruid dat gemakkelijk "een verhouding" aangaat, en derhalve uitermate gemakkelijk kan gekombi-neerd worden. Niet alleen om zoet en zuur te kombineren zoals in desserts, maar bijvoorbeeld ook als een bestandsdeel van het kerrie-mengsel. Bijna iedere shop of handelaar in het Oosten maakt zijn EIGEN mengsel van kerrie, met verschillende doseringen van ingrediënten, en vaak met de toediening van een "geheim kruid" als goed bewaard recept.
In China maakt kaneel deel uit van het zogenaamde vijf-kruiden-poeder, een basismengsel in de Chinese keukensamen met kardemon, kruidnagel, steranijs en venkelzaad.
In het Westen werd kaneel lange tijd met gember gebruikt, als een soort basis -smaak voor allerlei stoofpot-gerechten, eventueel samen met saffraan en pe-per. In kombinatie van kruidnagel, kaneel en citroenschil in glüwijn, verjaagt het alle kou uit het lichaam.
Kaneel-olie, een etheriese olie die bereid wordt uit de bast en de bladeren van de kaneelboom, wordt gebruikt in parfums, die zoals men weet steeds bestaan uit kombinaties van verschilende geuren of bestanddelen. Men vindt kaneel ook terug in likeuren zoals de Chartreuse, crème de cacao en het angostura-bitter.

Een beroemde huisremedie, een panacee dat werkt gebruikt bij tal van kwaal-tjes, was/is in Java een thee van gember, kaneel, kruidnagel, 2 theelepels noot -muskaat en citroen of citroengras. Deze thee -serbat genoemd- is niet alleen versterkend maar ook een goed transpireermiddel bij korrts, verkoudheid en griep.

En zo zijn we beland bij de kaneel als geneeskruid. Het kan bijna niet anders dan terwijl kaneel in zo'n breed spectrum werd gebruikt, dat men er ook be-paalde geneeskrachtige werkingen aan ontdekte. Het was zonne-klaar (!) dat kaneel een verwarmende, opwekkende werking heeft die de spijsvertering be-vordert. Daarom kan kaneel gebruikt worden een luie maag met een opgebla-zen gevoel, snel "vol" zitten, soms oprispingen van brandend maagzuur, mis-selijkheid en boeren -dyspepsie genoemd-.

Dit snel "vol" zitten heeft te maken met een verminderde of (bij tijden) geblok -keerde tweede chakra werking. Lichamelijk: hoe "vreemde materie" als voedsel zich EIGEN maken door het te verwerken tot eigen bouwstenen. Ano-rexia manifesteert zich als een "lam gelegde" 2de chakra; boulemie als een overaktieve of geprikkelde 2de chakra. Kaneel-olie toont duidelijk de overeen-komst met de kleur oranje: yang, zonnig, maar vooral de energie van Boog-schutter-Jupiter dragend. De lever is het Jupiter-orgaan en de zetel van het motief of de geestdrift om iets te bekomen. Een kombinatie Stier-Boogschut-ter houdt van de "goede dingen" die het leven te bieden heeft, en geniet daar graag van. Graag eten en tafelen hoort daarbij; vandaar het gebruik van ka-neel in talloze gerechten. En het "zoete" of suiker hoort daarbij; vandaar de uitwerking van kaneel om een stabiele suikerwaarde te bekomen, of het ge-bruik van kaneel bij de behandeling van ouderdomsdiabetes of diabetes type 2. Het bevat een stof die de werking van insuline als het ware imiteert, en de lichaamscellen stimuleert om suikers op te nemen, waardoor die niet in de bloedbaan blijven. In de Traditionele Chinese genesskunde staat kaneel be-kend om het Yang te versterken, de meridianen te verwarmen, en het bloed en de Qi te voeden. Kaneel-olie heeft een een breed spectrum aan antifungale, antibacteriële en antivirale eigenschappen. In potpourri verwerkt, houdt ka-neel insekten af.

Vanuit zijn Venus-Stier-aard werkt kaneel ook op de nieren: niet alleen door ze te stimuleren tot meer waterafvoer (vadaar het gebruik bij arthritis, zweren en allergieën) , maar ook om de nieren te zuiveren en de nier-yang-funktie te ondersteunen. Dit betekent dat kaneel kan helpen bij de behande-ling van lage rugpijn, astma, duizeligheid en andere aandoeningen die ver-band houden met de nier-yang.