|
Nootmuskaat (Myristica fragrans)
![]() ![]() ![]() ![]() De muskaatnoot is afkomstig van de Nootmuskaatboom, een tropiese boom die tot 20 meter hoog kan worden. Deze boom draagt steeds groene bladeren en maakt kleine ivoorkleurige bloempjes aan (de foto hierboven kan een ver-keerde indruk over hun grootte geven: ze zijn slechts een paar mm groot; ver-gelijk met het blad) die welriekend zijn. Vandaar de aanwijzingen in de naam: de botaniese familienaam is afgeleid van het Griekse woord myristicos, wat "lekker geurend" betekent, en ook de soortnaam fragrans betekent "geurend" maar dan in het Latijn. Dubbel geurend dus, maar de geschiedenis van deze boom is allesbehalve "welriekend"; daar kan de boom zelf niets aan verhelpen, want de schuldige hiervan is (andermaal) de mens. Er was gedurende eeuwen geen vuiltje aan de lucht: de boom was een uitermate zeldzame verschijning, beperkt tot de Molukken en sommige andere eilanden van de Indonesiese archipel. Een goed bewaard geheim van de Arabiese handelaren die de noten reeds vanaf de 6-de eeuw met hun karavanen uit het Oosten tot in Constatinobel brachten als een exquise en exotiese kostbaarheid. Van daaruit was de nootmuskaat slecht bekend in het Westen, en was er ook niet zoveel interesse in. Dit veranderde drassties wanneer de Portugezen in het begin van de 16de eeuw tijdens hun ontdekkingstochten het eiland Banda aandeden, en een paar van die "noten" naar Europa mee terug brachten. Al wat men in die tijd uit de "verre kontinenten" meebracht, kon toen rekenen op een grote interes-se. En dat was voor de muskaatnoot niet anders: hij bleek niet alleen een spe-cerij te zijn die het eten lekkerder kon maken en de spijvertering bevorderde, maar hij bleek ook opwekkende eigenschappen te bezitten, tot en met toepas-singen als afrodisiacum en als halucinogeen middel. Op slag was zijn reputa-tie gevestigd, en werd het een begerenswaardig specerij. Dit trok de aandacht van de Nederlanders -die steeds een goede neus voor za-ken hebben gehad- en die besloten deze handel van de Portugezen over te ne-men. De uitvoering van dat plan was evenwel barbaars te noemen: niet alleen werd Banda veroverd op de Portugezen, maar werd de lokale bevolking zowat uitgemoord omdat ze niet instemde met het allenrecht van de Nederlanders op de handel van de nootmuskaat. De Indiese Compagnie beheerste op medo-genloze wijze de produktie en verkoop van de noot: hij mocht alleen op de ei-landen Banda en Ambon geteelt worden, en alle Muskaatbomen die elders groeiden, werden vernietigd. Het schrikbewind duurde nagenoeg 2 eeuwen, periode waarin men zich immens verrijkte. ![]() ![]() ![]() ![]() Van de Nootmuskaatboom krijgt men TWEE specerijen voor de prijs van één: de nootmuskaat en de foelie. Beiden zijn afkomstig van de gelige vrucht die zich bij rijpheid met twee kleppen opengaat, waardoor een zwart zaad omwik-keld met een rode netachtige zaadrok zichtbaar wordt. Behalve heel fotoge-niek, is deze kombinatie dubbel rendabel: zaad en zaadrok worden van elkaar manueel gescheiden en afzonderlijk gedroogd tot volwaardige specerijen. Het woord "nootmuskaat" is een verbastering van het Latijnse nuces moschatae, wat "naar muskus ruikende noten" betekent. Een beetje uit gebrek aan ver-beelding als je 't mij vraagt, wanneer je dat vergelijkt met de naam in het Ara-bies -Basbasa- en in zijn gebied van herkomst Pala. Alles aan de vrucht wordt trouwens gebruikt: de gele vruchtschil die aan een bleke abrikoos doet denken, wordt gesuikerd en gedroogd als een soort suca-de, of verwerkt tot jam (salei). Of de vruchten worden door een destillatiepro-ces gehaald om er Muskaatolie van te bekomen, die in veel massagebalsems wordt gebruikt, en licht ontsmettend en pijnstillend werkt. Dosering is bij de Nootmuskaat een belangrijk principe gezien zijn aardse smaak en zijn verdovende eigenschap: inname kan leiden tot licht euforiese gevoelens (ik-voel-me-goed) en zelfs plezierige visioenen. Dat is iets wat men natuurlijk snel door heeft: in India werd het Nootmuskaatpoeder daarom gemengd met Betel en als bedwelmend middel opgesnoven. Maar als receatieve drug levert het een onbetrouwbare roes op met tal van onprettige "neveneffecten" zoals hevige hoofdpijnen, misselijkheid en tachycardie. In Zweden werden in 1994 verschillende jongeren in het ziekenhuis opgenomen met een overdosis Noot-muskaat; inname van in totaal 2 Nootmuskaten kan dodelijk zijn. Nootmus-kaat is trouwens ronduit giftig voor honden, en kan epileptiese aanvallen, tril-lingen en neurologiese aandoeningen veroorzaken. Ook voor de mens werkt een grote hoeveelheid Nootmuskaat als vergif, en veroorzaakt misselijkheid, verwarring en "opwindingstoestanden" in het zenuwstelsel. En deze haluci-nogene toestand kan een paar dagen aanhouden. Nu wat in hoge dosissen giftig is, kan in lage dosissen helend werken voor iemand met dezelfde ziektesymptomen als de vergiftigingsverschijnselen; dat was één van de belangrijkste bevindingen van Hahnemann, de vader van de homeopathie (similia similibus curentur). Dat is voor de Nootmuskaat niet anders: zijn bestanddeel myristicine genaamd, is effektief tegen de ziekte van alzheimer en andere geheugenstoornissen. ![]() ![]() ![]() ![]() Zoals een dienstmaagd een meid voor alle werk is, is de Nootmuskaat dus een specerij voor elk gebruik: niet alleen voor ALLE mogelijke gerechten, gaande van scherpe soepen zoals soto, konro, en ossenstaartsoep; alover in de jus van vettige vleesgerechten zoals varkensvlees (babi smoor) en ribbetjes; in de Indiaanse keuken wordt het zowel in zoete als hartige gerechten gebruikt; in de Nederlandse keuken bij sperziebonen, bloemkool, spruitjes, spinazie, asperges en naast kaneel ook veel gebruikt in koek en gebak; met name in speculaas. Door de sterke smaak is een kleine hoeveelheid al voldoende; zoals een snuifje in gestampte aardappels. Zuinigheid is een typiese Maagd -eigenschap: wie het kleine niet veert is het grote niet weerd. Noteer dat in de Indonesiese jungle, de Nootmuskaatboom NIET de "baas van het woud is" : als dienstbare boom maakt hij deel uit van de tweede etage die in de schaduw en dus onder de hoede leeft van de woudreuzen. Van-daar dat daar de Nootmuskaat wordt aangeplant onder een Kenariboom die 40 meter hoog kan worden. Ook dat is eigen aan Maagd: een verpleegster funktioneert in dienst van een ziekenhuis, een ambtenaar werkt voor een overheidsdienst of een firma, een huisvrouw voor het gezin, een werknemer voor een zaak. Stuk voor stuk leveren zij essentiëel werk, maar maken zij de dienst niet uit; ze "dragen" de structuur of onderneming niet. In een mieren-nest zijn zij de naarstige werkers; in een bijenkorf de onvermoeibare werkbij-en. Vandaar de BREDE aktieradius maar tegelijk weinig KARAKTERISTIEKE of specifieke inwerking van Nootmuskaat als geneeskruid. In zijn glorietijd -de 16-de en 17-de eeuw- kreeg hij de reputatie als panacee: goed voor van AL-LES en nog wat: goed voor de spijsvertering, leveraandoeningen, astma, hart-kwalen, reuma, slapeloosheid, inkontinentie, libido, als transpiratiemiddel bij koorts, rugpijn, .... In die mate dat men in die tijd wel eens een nootmuskaat als een soort "tovernoot" in zijn zak droeg; of als een hanger rond zijn nek droeg om zijn mannelijke potentie te verhogen. Wat schiet er tegenwoordig nog over van die destijds opgeklopte reputatie? Bijster weinig: Nootmuskaat is licht opwekkend, vooral cvoor de spijsvertering en het met Maagd korres -ponderende lichaamsdeel: de darmen. Specifiek: bij diarree, een opgeblazen gevoel, winderigheid, gebrek aan eetlust , kou in de buik. En omdat Mercurius als heerser van Maagd de Planeet is die stagnaties terug in beweging brengt: bij al die onduidelijke pijnen en klachten die verband houden met bloedstasis zoals artritispijn en andere reumatiese aandoeningen. Daarvoor wordt Nootmuskaat in de Traditionele Chinese Geneeskunde als Rou Dou Kou (="vlezige kardemon") gebruikt. ![]() ![]() |